Wat een prachtig thema is het deze week: worden wie je al bent.
Er staat niet: strek je ernaar uit…
Doe je best om…
Nee, er staat: worden wie je al bent.
Maar wie ben je dan al?
Paulus begint in Kolossenzen 3 met de woorden: “Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:1-3
Wat een bijzondere woorden. U bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
In Kolossenzen 2:6 staat:
“Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem.”
Als wij Christus hebben aangenomen, mogen we dus ook in Hem wandelen. Niet alleen weten wie Hij is, maar ook leven vanuit onze identiteit in Hem.
In Romeinen 8 staat:
“Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus.” Romeinen 8:14-17
Als ik naar mijn eigen leven kijk, moet ik zeggen dat ik niet altijd leef alsof ik een kind van God ben. Zo vaak laat ik mij nog leiden door mijn emoties. Kom ik niet uit voor mijn geloof in het bijzijn van anderen. Luister ik naar roddel of vuile praat zonder er iets van te zeggen. Zie ik dingen op televisie of via sociale media die ingaan tegen de heiligheid van God. Dit bevuilt mijn hart en mijn gedachten en zo kan ik mij opnieuw gevangen laten nemen door de zonde.
Niet voor niets zegt Paulus in Kolossenzen 3:
“Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.” Kolossenzen 3:5
En Paulus gaat nog verder:
“Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster en schandelijke taal uit uw mond. Lieg niet tegen elkaar. U hebt immers de oude mens met zijn daden uitgetrokken.” Kolossenzen 3:8-9
Toen we antwoordden op Gods liefde voor ons en Jezus aannamen als onze Vader, Redder en Heer, legden we onze zonden aan de voet van het kruis. Toen Jezus stierf voor onze zonden, droeg Hij daar ook jouw en mijn zonden. Door Jezus Christus aan te nemen als onze Redder en Heer en Hem te volgen, zijn we kinderen van God geworden.
Paulus laat het hier niet bij. Hij laat ook zien wat we mogen aantrekken als kinderen van God:
“Kleedt u zich dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.” Kolossenzen 3:12
Als we ons met deze kleding kleden en ons bewust worden van wie God zegt dat we zijn, zullen we veranderen. En deze verandering zal van binnenuit komen.
Natuurlijk leven we in een onvolmaakte wereld, een wereld die vol is van zonde en verderf. Een wereld die ten onder gaat aan corruptie, verdriet, bedrog, onreinheid, hebzucht en zoveel andere vormen van gebrokenheid.
Laten wij dan juist in deze donkere wereld een licht uitstralen.
“En kleedt u zich boven alles met de liefde, die de band van de volmaaktheid is.” Kolossenzen 3:14
Alleen als wij de volmaakte liefde van God tot diep in ons wezen laten doordringen en Zijn liefde voor ons leren ontvangen, kunnen we die onuitputtelijke liefde die God voor ons heeft ook aantrekken en uitstralen naar de wereld om ons heen.
Betekent dit dat ons leven dan makkelijker zal zijn of dat ons lijden ons bespaard zal blijven? Nee! Maar het betekent wel dat we juist door alles heen een diepe, allesoverweldigende liefde mogen ervaren die ons verstand te boven gaat.
Dan zullen we vrij zijn van de behoefte om steeds ons eigen recht te halen en onze eigen eer te zoeken. Dan kunnen we het leven leiden dat God voor ons bedoeld heeft.
Als je vanuit deze liefde kunt leven, begrijp je ook het volgende vers dat Paulus ons meegeeft:
“Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.” Kolossenzen 3:13
Deze week eindigen we met het vers uit Kolossenzen 3:
“Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen: onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht in alle wijsheid en zing voor de Heere met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, met dank in uw hart.” Kolossenzen 3:16
Als je je kleedt met de kleding waar we in Kolossenzen 3:12 over lazen en deze kleding afmaakt met het dragen van de liefde, dan zul je steeds meer worden wie God bedoeld heeft dat je bent.
Vanuit ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en bovenal liefde elkaar onderwijzen, maakt dat je niet met een beschuldigende vinger naar de ander wijst, maar je hand uitstrekt naar de ander.
Laten we het samen doen.
Geen onverschilligheid, maar ontferming.
Geen onvriendelijkheid of kilheid, maar vriendelijkheid.
Geen hoogmoed of arrogantie, maar nederigheid.
Geen hardheid of felheid, maar zachtmoedigheid.
Geen ongeduld, maar geduld.
Geen haat of wrok, maar liefde.
Als we zo met de ander om kunnen gaan, zullen we dat lichtpuntje zijn waar andere mensen zo naar verlangen.
Een bekend gezegde zegt: “Verander de wereld en begin bij jezelf.”
Misschien begint het nog dieper: laat God jou veranderen.
In Gods voetspoor lopen om te worden wie Hij heeft bedoeld dat je zult zijn.
Ik ga achter Hem aan.
Loop je mee?
In Hem verbonden,






