Het gebed van Paulus: danken en bidden. Blijf het doen!

Misschien herkennen jullie dit: ‘s morgens zie je je bijbeltje liggen maar andere dingen gaan nog even voor: je bent nog heel moe, iets lezen en tot je door laten dingen lukt niet. Als je dan eenmaal wél wakker bent, is een berichtje op de socials snel te checken. Je hoeft je niet echt in te spannen voor een korte mededeling of een anekdote. En het is niet zo noodzakelijk daar diep over na te denken. Natuurlijk kun je dan ook even de tekst van de dag lezen, zo gepiept. Echt bidden en in je bijbeltje lezen doe je dan verderop in de dag wel. Maar wie zegt dat daar dan niet wat tussenkomt?


Danken 

Nee, neem dan Paulus die zijn brief aan de Kolossenzen begint met het feit dat hij altijd de Vader dankt ‘bij ons bidden voor u!’ Hierin klinkt grote vasthoudendheid en regelmaat in door. Je kan dat zien als een super hoge standaard waar je nooit aan zal kunnen voldoen. Al heb ik wel altijd een lijntje open, toch is het voor mij wel een aanmoediging om méér te bidden voor de mensen die op mijn hart liggen en op mijn weg komen.

En wat staat dan voorop in dit gebed (of wordt als eerste genoemd) in dit eerste hoofdstuk? Dat is het geloof in Christus, waar Paulus van had gehoord. Daar stonden de Kolossenzen blijkbaar om bekend. Maar ook wist Paulus van de liefde die zij hadden voor alle heiligen.

Sta ik ook bekend om mijn geloof in Christus, of weten mensen in mijn omgeving dat niet allemaal? We zijn vorig jaar verhuisd en als ik nieuwe mensen spreek uit de buurt, heb ik het dan ook over mijn geloof? Ik zal eerlijk zijn, dat ik dat moeilijk vind om zomaar ten berde te brengen. Ik vraag wel om een gelegenheid, maar dat is dan toch niet altijd direct het geval.
Een ander kenmerk: liefde voor alle gelovigen, herken ik dat? Of beperkt het zich tot de mensen waar je het helemaal mee eens kunt zijn? Voor mijzelf benoem ik dit als ‘Jezus herkennen in de ander’, dan heb ik een klik; dat gaat niet over bijbelkennis maar over hetzelfde leven ontvangen hebben.

En dan heeft Paulus het ook nog over de hoop die voor ons weggelegd is in de hemel. Dat is ook een belangrijke pijler van ons geloof. En de hoop is de verwachting van Jezus die terugkomt. Deze waarheden zijn door Epafras gepredikt en zo zijn de mensen in Kolosse tot geloof gekomen.

De hoop heeft dus te maken met iets wat we nu nog niet zien: dat we Jezus mogen zien van aangezicht tot aangezicht en we onze erfenis zullen ontvangen – dat “wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord… “ Het heeft te maken met hemelse dingen, omdat we “burgers zijn van een rijk in de hemelen (en dan komt de hoop om de hoek kijken!) “waaruit wij ook de Here Jezus als Verlosser verwachten”. Als we die hoop hebben, zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is. Bedenk de dingen die boven zijn, zegt Paulus verderop in hoofdstuk 3.

Paulus dankt dus voor ‘geloof, hoop en liefde’ van de Kolossenzen. Hoe is het bij jou daarmee gesteld? Het is goed om daar eens bij stil te staan. Paulus houdt mij in dit gedeelte echt een spiegel voor, in hoeverre die drie belangrijke dingen ook bij mij te zien en te vinden zijn.


Bidden


En dan gaat Paulus bidden. En hij houdt niet op te bidden voor de Kolossenzen sinds hij van hen heeft gehoord. Weer die trouw voor nieuwe gelovigen die hij nog niet eens in het echt ontmoet had. Nee, hij had mooie bemoedigende dingen over hen gehoord en dat zet hem aan tot trouw gebed. Weer een aanmoediging!

Dit bidden is niet een verlanglijstje opdreunen waar je zelf beter van wordt. Het is denken aan de ander, wat die nodig heeft als nieuwe gelovige, om vol te houden en te leven naar Gods wil. Paulus vraagt voor hen om vol te worden met “de rechte kennis van Zijn wil’.  Belangrijk is ook het woordje ‘recht’. Recht is niet krom, het gaat niet om kromme kennis van Gods wil, die afwijkt en die nergens op slaat om het zo te zeggen. Wat God wil zal nooit ingaan tegen Wie Hij is. Om dat te ontdekken heb je alle wijsheid en geestelijk inzicht nodig.

Door die rechte kennis van Zijn wil en door God te leren kennen zoals Hij is, krijgen de gelovigen kracht om te volharden en geduldig te zijn. Zo komen we dan ertoe om de Vader te danken. En dat niet omdat het moet maar vanuit blijdschap! Als we die blijdschap in ons hebben, kan het ook niet anders dat je begint met danken. Pas daarna komen de gebedsverzoeken … en ook nog ten eerste voor anderen.

Wat een lessen in dit stukje! Ik vind het vooral moeilijk om te volharden. Zoals Paulus altijd de Vader dankt bij het bidden voor de mensen die hij op het hart heeft gekregen. Hij houdt er niet mee op. Ik weet niet hoe het bij jou is maar laten we samen volharden in het gebed, in het danken en bidden! Dat de blijdschap om onze redding ook een steeds grotere plek in mag nemen waardoor we als het ware niet anders kunnen dan te gaan danken!


Slot statement!

En dan het sluitstuk van dit gebed: een statement! De Vader heeft ons klaargemaakt “voor het erfdeel van de heiligen in het licht (weg met alles wat bij het donker hoort, zou ik zo zeggen 🙂 ) En staat er: “Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van zijn liefde”.  Door die Zoon,‘in Wie we de verlossing hebben, de vergeving van de zonden’.

Hiermee is alles begonnen: De Vader heeft alles al klaargelegd en heeft ons verlost en overgebracht uit de duisternis. Laten we ons daar steeds meer van bewust zijn, te leven in geloof, hoop en liefde, én te leven volgens Zijn wil. En laten we er blij en dankbaar om zijn!

 

Gerelateerde bijbelstudies

Ontvang meldingen van nieuwe blogs

Meest recente