Redding en toevlucht

De reis gaat nu beginnen.
Vanuit het oude, onderweg naar het nieuwe.
Het volk is enthousiast, want eindelijk — na zoveel jaren — mogen ze op weg naar het beloofde land.

Exodus 12:36 (HSV)
“Bovendien had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, zodat zij hun het gevraagde gaven. Zo beroofden zij de Egyptenaren.”

De HEERE had het hart van de farao verhard, maar Hij verzachtte de harten van de Egyptenaren. Alles wat ze nodig hadden aan goud, zilver en edelstenen voor het maken van de tabernakel, werd door de Egyptenaren gegeven.

Ik vind dit zo’n mooi voorbeeld van hoe God alles in Zijn hand heeft. Hij had een plan met het volk van Israël. Elk detail wordt door Hem bestuurd.

Als ik dit verhaal lees, bemoedigt het mij. God is een God van de details. Ook in mijn leven zie ik hoe Hij tot in de kleinste dingen leidt.

Exodus 13:8-9 (HSV)
“En op die dag moet u uw zoon vertellen: Dit gebeurt om wat de HEERE voor mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte vertrok. En het moet voor u als een teken op uw hand zijn en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de wet van de HEERE op uw lippen is, want de HEERE heeft u met sterke hand uit Egypte geleid.”

De Israëlieten moesten tijdens het Pascha blijven herinneren wat God voor hen gedaan had. Dat is tot op de dag van vandaag zo. De Joden herdenken tijdens het Pascha hoe God hen uit Egypte heeft geleid naar het beloofde land. Ze gedenken de vele wonderen en tekenen die Hij gedaan heeft.

Zo mogen wij ook terugdenken aan wat God in ons leven heeft gedaan. De vele kleine en grote wonderen.
Een berichtje dat precies op tijd komt.
Een envelop met precies het bedrag dat je nodig had.
Genezing.
Die ene parkeerplaats die vrijkomt.

Denk aan wat God gedaan heeft. Spreek erover met elkaar. Waarom? Om elkaar te bemoedigen.

Tijdens het Pascha, rond het jaar 33 na Christus, gaf God het grootste teken dat er bestaat: Hij offerde Zijn geliefde Zoon, die stierf aan het kruis voor onze zonden. Het grootste wonder is dat Jezus na drie dagen opstond uit de dood. Dankzij Zijn offer hebben wij nu vrij toegang tot de Vader.

Exodus 14:29-30 (HSV)
“Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden door de zee. Het water was voor hen een muur aan hun rechter- en linkerhand. Zo verloste de HEERE Israël op die dag uit de hand van de Egyptenaren.”

Alles lijkt goed te gaan, totdat er een schreeuw klinkt vanuit de achterste gelederen van het volk. We zien een stofwolk: de Egyptenaren komen eraan.

Ze zitten letterlijk vast tussen twee onmogelijkheden.
Achter hen: de Egyptenaren.
Vóór hen: de Schelfzee.

Het eerste wat de Israëlieten roepen, is: “Waren we maar in Egypte gebleven.”
Ze verlangen terug naar hun oude leven — naar de slavernij — omdat dat vertrouwd was.

Ze waren bang voor het onbekende en waren alweer vergeten wat God tot dan toe voor hen had gedaan.

Maar God geeft een uitweg — en wat voor één!
Het volk loopt dwars door de zee en de Egyptenaren verdrinken. Wat een wonder!

Zo vaak kijk ik naar wat voor ogen is. Laat ik mij leiden door mijn gevoelens. Raadpleeg ik mijn angst, in plaats van te rade te gaan bij mijn God en Vader, die alles overziet.

En toch, als ik terugkijk, zie ik dat God altijd een oplossing heeft gegeven.

Exodus 15:2 (HSV)
“De HEERE is mijn kracht en lied, Hij is mij tot heil geweest. Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik.”

Mozes zingt een loflied voor God. Hij heeft het volk gered.
Wauw — God is zo goed.
En ook ik mag dat zeggen: God is zo goed!

Nadat ze door de zee waren getrokken, stelde God het volk op de proef. Na drie dagen reizen was er geen water meer en het volk begon te morren. Maar God deed opnieuw een wonder: Hij maakte het bittere water zoet.

Mozes zei tegen het volk:

Exodus 15:26 (HSV)
“Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, en Zijn geboden in acht neemt, dan zal Ik geen van de ziekten op u leggen die Ik op Egypte gelegd heb, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”

Daarna begonnen de Israëlieten opnieuw te mopperen. Ze hadden geen voedsel meer.

Exodus 16:3 (HSV)
“Och, waren wij maar gestorven in het land Egypte, toen wij bij de vleespotten zaten en brood aten tot verzadiging toe!”

Als dingen moeilijk zijn, kijk ook ik soms terug naar vroeger. Dan lijkt alles makkelijker.
Maar juist op die momenten mag ik mijn verleden loslaten en vooruitkijken naar de beloften die God heeft gegeven.

Regelmatig denk ik aan dit gezegde:
God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.

Exodus 16:4-5 (HSV)
“Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen…”

Als God zendt, voorziet Hij ook.
Dat geldt ook vandaag nog.

Exodus 15:2 (HSV)
“De HEERE is mijn kracht en lied…”

Ik hoop en bid dat jij en ik dit samen kunnen belijden:
God is mijn kracht en mijn lied.

Wat je ook doormaakt — Hij is erbij.
God zal je nooit verlaten.
Onderweg zal Hij je steeds sterker maken.

Waarom?
Zodat je steeds meer op Hem gaat lijken.
Zodat jij de vrouw wordt die God bedoeld heeft dat je bent.

Ik bid je een goede week toe.

 

Gerelateerde bijbelstudies

Ontvang meldingen van nieuwe blogs

Meest recente