Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte, opdat gij zoudt weten, dat de Here, uw God, de enige God is.
Deut 7: 7-9
Gods grootheid. Als ik daarover nadenk kan het me overweldigen: wij nietige mensjes tegenover die grote God. En de vraag is deze week hoe we die grootheid in Exodus zichtbaar zien worden. Want zichtbaar wordt het! Het kleinste volk, en dan die grote liefde van God en Zijn grote trouw die het volk wil verlossen. In Jozua 2 lees je dat de schrik voor het volk op de omringende volken was gevallen, juist vanwege de manier waarop God hen had bevrijd uit Egypte.
Maar zover was het nu nog niet. God had het volk direct op een bovennatuurlijke manier kunnen bevrijden maar Hij kiest ervoor om Mozes te gebruiken. Over hem komen we in het nieuwe testament ook heel wat te weten door de toespraak van Stefanus. We lezen daar dat Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren. Hand 7: 22
Mozes werd toen al voorbereid op de taak die voor hem lag: een heel volk door de woestijn leiden. Want God kijkt vooruit als je dat menselijk mag zeggen, bij Hem is geen tijd, Hij weet wat er zal gebeuren. Stefanus gaat verder over Mozes met al zijn goede bedoelingen, nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen:
Toen hij nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op zijn broeders, de Israëlieten, te bezoeken. […] En hij dacht dat zijn broeders begrijpen zouden dat God hun door zijn hand verlossing zou geven, maar zij begrepen het niet. Hand 7: 23-25
Het is 40 jaar later als God Mozes daadwerkelijk stuurt om hun uit de slavernij te bevrijden. Hij heeft die jaren nodig gehad om de zachtmoedigste mens op de aardbodem te worden. Numeri 12: 3 En, hopelijk snijdt Gods mes al aan twee kanten en zien zijn broeders nu wél dat Mozes door God gezonden is om hen te bevrijden.
Het is misschien niet direct zo zichtbaar, maar voor wie er oog voor heeft, ziet ook hierin Gods grootheid. Die zorgt ervoor dat mensen worden voorbereid en op de juiste plek terechtkomen om hun taak te kunnen volbrengen.
Alles wat God doet – of nog niet doet, en alles wat Hij toestaat, het is allemaal met het doel om Zijn grootheid te laten zien. (En als we niet goed kijken en er blind voor zijn, dan probeert Hij opnieuw onze aandacht te trekken). Alle mensen die God inzet in Zijn plan, en zij die het plan zien gebeuren, krijgen de kans te leren Wie Hij is. Ze krijgen de mogelijkheid om hun twijfel en ongeloof te onderzoeken, en zover te komen dat ze God méér gaan vertrouwen en geloven.
Zo komt Mozes terug aan het hof waar hij ooit woonde. En hij kent daar het klappen van de zweep. Maar nu staat hij aan de kant van het slavenvolk en de God van die slaven heeft alle macht. Elke keer als Mozes zegt: ‘Laat mijn volk gaan’ en farao zegt ‘nee’, is er een wonder als zichtbaar teken van Gods macht om die eis kracht bij te zetten, waarbij het niet gaat om het wonder op zich, maar om het doel erachter: Let My people go!
De tekenen zijn bedoeld als bewijs dat met God niet te spotten valt, Zijn woorden zijn waar. De bezweerders proberen dezelfde tekenen te doen. Maar de staf van Mozes die een slang was geworden, eet de slang van de bezweerders op. Want God is altijd sterker! (Dit hoorde vroeger toch wel bij de hoogtepunten in de bijbelse geschiedenisverhalen!)
De plagen zijn er over heel Egypte, maar in Goossen is er niks aan de hand. Er zijn geen kikvorsen, er vallen geen hagelstenen, het is er niet donker maar licht…. Wat wordt de grootheid van God zo letterlijk zichtbaar! En wat zijn mensen hardnekkig en hardleers. De farao verhardt zijn hart en blijft ‘nee’ zeggen totdat God Zélf farao’s hart verhardt. Bij de laatste plaag sterven alle eerstgeborenen van mens en vee. Dan is het genoeg, ook farao’s zoon heeft het leven gelaten en voor even laat hij het volk gaan. Totdat hij daar al snel spijt van krijgt. Het nieuwe testament geeft een heel korte samenvatting van farao en het volk Israël:
Want de Schrift zegt tegen de farao: Juist hiertoe heb Ik u verwekt: dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en dat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde (Rom 9: 17)
Hier zie je het doel, wat uiteindelijk bereikt is doordat God Mozes gebruikt om het volk te bevrijden. Elke keer weer is daar de test voor de farao. Uiteindelijk laat hij het volk gaan en is Gods kracht en grootheid bewezen in de hele toenmalige wereld. Het is als het evangelie van die tijd: de Naam van de God van Israël is krachtiger dan de macht van de grote farao van Egypte.
En het volk Israël? Trekken zij ook de conclusie: Onze God is groot? Vertrouwen ze Hem meer dan voordat Mozes ze leidde uit het land Egypte? Misschien kijk je er van op, maar het antwoord is nee. Mozes vertelt het hen, vlak voordat hij sterft.
U hebt alles gezien wat de HEERE in het land Egypte voor uw ogen gedaan heeft, met de farao, met al zijn dienaren en met heel zijn land: de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, die grote tekenen en wonderen. Maar de HEERE heeft u geen hart gegeven om dat te erkennen, of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op deze dag. Deut 29: 2-4
Zoals Mozes 40 jaar de schapen hoedde voordat hij het volk kon uitleiden uit Egypte, zo had het volk na alles te hebben meegemaakt: de wonderen en tekenen en uiteindelijk de grote bevrijding, 40 jaren in de woestijn nodig om in het beloofde land te arriveren.
Zijn wij anders? Zou ik wel direct het hebben opgepakt als les, en mijn vertrouwen meer op God hebben gesteld? Ik hoop het, maar waarschijnlijk zou ik in dezelfde valkuilen vallen. Goed om daarbij stil te staan en te bedenken dat hoe dan ook, Gods trouw en liefde altijd groter zijn dan ons falen.
Wat mij opvalt is Gods geduld met de meest hardnekkige mensen; de plagen die elkaar opvolgen, om steeds weer farao een nieuwe kans te geven om te luisteren. Maar de wonderen en tekenen spreken niet tot zijn hart. Terwijl het tien ingrijpende gebeurtenissen zijn waarbij ieder die het meemaakt, geconfronteerd wordt met de waarheid van Gods woorden.
En uiteindelijk is er de vooruitwijzing naar Jezus Zelf als het Lam van God, bij de tiende plaag. Ieder die het bloed van het lammetje wat ze moeten slachten, aan de deurposten smeert, die is veilig voor de verderfengel; het bloed is het teken dat er al iemand is gestorven en daarom zal de engel voorbijgaan. Laten we nooit vergeten dat dit de basis is voor de grote verlossing die nog komen zou.
De uittocht wordt gevierd, in haast met het eten van ongezuurde broden, terwijl het volk op het punt staat om te gaan. De Israëlieten worden bijna weggestuurd door het volk van Egypte die hen als bonus nog hun goud en zilver toewerpen. Als ze maar vertrekken voordat er nog meer rampspoed over hen komt.
Zo mogen wij ook stilstaan bij de grootheid van God, die de verlossing heeft bedacht en uitgevoerd, zichtbaar voor de hele wereld. Zo mogen wij pasen vieren, en ook elke keer als we het Avondmaal vieren, denkend aan de grootheid van het lijden van Christus.
Want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.
Laten wij dus feestvieren. 1 Kor 5: 7,8
Want wij zijn verlost!






