Samen het Brood Breken


Toen ik mijn diploma had gehaald en naar een nieuwe stad was verhuisd, voelde ik mij op zondag altijd heel eenzaam. Ik zat daar alleen in de kerkbank en bleef een beetje ongemakkelijk rondhangen bij het koffiedrinken, in de hoop met iemand een praatje te kunnen maken. Dat was op zich al vervelend genoeg, maar na de kerk miste ik mijn familie en vrienden het meest. De zondagmiddag was altijd mijn favoriete moment van de week geweest, omdat mijn hele familie na de kerkdienst samen ging lunchen: een tijd om de afgelopen week te bespreken, samen te eten, te lachen en verhalen uit te wisselen. Ik had er altijd moeite mee om in mijn eentje van de kerk naar mijn nieuwe huis te rijden.

Ik paste me aan door af en toe te gaan lunchen met een vriendin van de Bijbelstudie of door mijn zus te bellen tijdens de rit naar huis, maar dat echte familiegevoel met mijn gemeente kwam pas weer toen ik me besefte dat de zondagmiddagen weer vol waren. Een groep mensen uit onze gemeente, alleenstaand en getrouwd, sommigen net klaar met studeren en anderen al ver in hun carrière, uit verschillende beroepsgroepen, deelde samen de maaltijd na de kerkdienst. We hadden in onze kerk veel mogelijkheden om samen de Bijbel te bestuderen, maar we hoorden pas echt bij elkaar toen we met elkaar begonnen te delen – maaltijden, spullen en onze ware ik.

Het was een glimp van de manier waarop de vroege gemeente leefde. Deze nieuwe gelovigen wijdden zich niet alleen aan de juiste leer (de leer van de apostelen), maar bouwden ook een band met elkaar op door samen de maaltijd te delen en samen te bidden. In Handelingen 2 lezen we dat zij hun bezittingen verkochten om die te verdelen onder elkaar, naar wat ieder nodig had. Zij kwamen vaak bij elkaar en brachten tijd in elkaars huis door.

We kunnen jaren naar de kerk gaan en toch een totaal ander gemeenteleven hebben dan dat van deze vroege volgelingen van Jezus. Zij kwamen niet bij elkaar om alleen maar de leer tot zich te nemen, alsof mensen een soort computers waren die alleen de juiste data input nodig hadden om te kunnen functioneren. Nee, zij bouwden een gezamenlijk leven op, zoals mensen bedoeld zijn om samen te leven en tot bloei te komen: met vrienden, samen eten verzorgen en in elkaars materiële behoeften voorzien. Zij maakten niet zo’n onderscheid tussen het geestelijke en het seculiere leven, zoals wij dat tegenwoordig zo vaak doen. Zij erkenden dat het Christen-zijn betekent dat je mens bent en ten volle leeft. 

Deze verandering begon voor mij toen de zondagsschool af en toe een gezamenlijke lunch organiseerde, waarbij iedereen iets meebracht. We droegen allemaal ons steentje bij, voeding die goed was voor ons lichaam en vaak ook een stukje van onze opvoeding in de vorm van familierecepten. De gesprekken die daarop volgden vind je alleen aan de eettafel. Uiteindelijk bleven we wekelijks met elkaar eten en niet lang daarna besefte ik wat we allemaal voor elkaar waren gaan doen. We legden geld bij elkaar om een vliegticket te kunnen kopen voor de begrafenis van een vriend, we pakten verhuisdozen in en sjouwden meubels naar een nieuw appartement en brachten maaltijden naar een kersverse moeder. Deze dingen werden niet door één persoon georganiseerd, maar kwamen eigenlijk op een natuurlijke manier voort uit de tijd die we wekelijks met elkaar doorbrachten. 

Vriendschappen zijn geen overbodige luxe in het leven van een christen. Ze zijn onderdeel van wat het betekent om een bloeiende gemeente te zijn en ze zijn een getuigenis naar de wereld van het evangelie dat wij belijden. Handelingen 2:46-47 leert ons dat de vroege gemeente het leven samen deelden en dat God “dagelijks mensen die zalig werden aan de gemeente toevoegde”. Onze redding is het werk van God, maar Hij gebruikt daartoe vaak Zijn volk. Niet voor niets staat er bij deze uitgebreide beschrijving van het christelijke gemeenteleven dat God mensen daaraan toevoegde. Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van mensen die hun plekje hebben gevonden. 

Door sterke relaties en gemeentes op te bouwen verspreiden wij ook de waarheid van het evangelie. Mijn kleine groepje doet veel goed voor elkaar, maar we werken elkaar ook vaak genoeg op de zenuwen. We zijn het over kleine en grote dingen oneens, bewust of onbewust kwetsen we elkaars gevoelens en we brengen allemaal onze eigen zonde en moeiten mee in deze relatie. De wereld kent dit soort onderlinge dynamiek wel, maar wat anderen vaak zo verbaast is dat deze groep mensen hun geschillen te lijf gaat om elkaar te kunnen dienen. 

Ik ben ervan overtuigd dat de leden van de eerste gemeente elkaar ook konden irriteren, niet alleen omdat ze net als wij gevallen mensen waren, maar ook omdat veel van deze discussies in de Bijbel terug te vinden zijn! Toch leert Handelingen 2 ons dat ze tijd met elkaar doorbrachten, samen aten en hun middelen met elkaar deelden om voor elkaar te zorgen. Door zich ook met elkaar te verzoenen getuigden zij van de verzoening die God in hun eigen hart tot stand had gebracht. Sinds die tijd is de wereld en ook de kerk erg veranderd, maar de mogelijkheid om door ons gemeenteleven een getuigenis voor de wereld te zijn is er nog steeds.